Kidkraft, Uniek Houten Speelgoed

By
Kidkraft Speelgoed Poppenhuis

Speelgoed en spelletjes van vroeger

‘In spin, de bocht gaat in! Uit spuit, de bocht gaat uit!’
Selma, Bart en Hanna zijn aan het spelen op het schoolplein. Daar zingen ze altijd dit liedje bij. Het poppenhuis is hun speelgoed. Binnenin zitten kleine meubels. Hanne heeft het voor haar verjaardag gekregen. Zo’n honderd jaar geleden, toen de opa en oma van jouw opa en oma nog klein waren, speelden kinderen her ook al mee. Spelen met poppen deden ze toen gewoon op straat. In die tijd was een poppenhuis gemaakt van gewoon hout.
De kinderen die geen poppenhuis van Kidkraft hadden, deden andere spelletjes. Andere spelletjes konden ze alleen maar spelen als ze het juiste speelgoed hadden. Of als ze dat mochten lenen van hun vrienden of vriendinnen.
Vroeger speelden kinderen bijna altijd buiten. Er waren ook wel spelletjes voor binnen. Maar de meeste mensen waren arm en hadden binnen niet veel ruimte. In de winter was er maar één kamer die werd verwarmd. Het weinige licht kwam van een olielamp op tafel. Daarom gingen toen niet alleen de kinderen, maar ook de grote mensen vroeg naar bed!

Speelgoed bestaat al lang

Kinderen willen spelen. Dat is altijd al zo geweest. Sommige spelletjes bestaan al zo lang als er mensen bestaan. Duizenden jaren geleden waren er bijvoorbeeld al poppen. Dat weten we, omdat ze gevonden zijn bij opgravingen. Die poppen zagen er heel anders uit dan de poppen van nu. Het waren figuurtjes van klei, waarmee kinderen konden spelen.
Het speelgoed werd gemaakt van hout of botten van dieren. Wie rijk was, had speelgoed van zilver, brons of glas.

Steeds meer speelgoed

In de eeuwen daarna werd speelgoed steeds belangrijker. Dat kunnen we zien op schilderijen uit de zeventiende eeuw (1600-1700). Ook toen al kregen kinderen op sinterklaasavond allerlei speelgoed cadeau.
De kleine poppenhuizen meubeltjes bestaan ook al lang. Het was gemakkelijk te maken van klei, hout of ijzer. Kleine bankjes, stoeltjes, bedden. Meestal werden deze gemaakt met schapenbotjes en touw.

Voor rijke kinderen

Er was vroeger een groot verschil tussen rijke en arme kinderen. Kinderen van ouders die veel geld hadden, kregen ‘echt’ speelgoed. Bijvoorbeeld voor hun verjaardag, of voor sinterklaas.
Soms bestelden hun ouders een stoffen po. Of bij de timmerman een popppenwagen. Dat was een kar van hout waar je je pop in kan doen. Dat kostte veel tijd om te maken en daarom was het duur.

Verschil voor jongens en meisjes

Er was ook verschil tussen houten speelgoed voor jongens en meisjes. Honderd jaar geleden vond iedereen het normaal dat een meisje later zou trouwen, het huishouden zou doen en moeder zou worden. Met poppen, poppenhuizen en fornuisjes konden meisjes alvast oefenen voor later. Hun ouders dachten dat ze daarmee vanzelf zouden leren hoe ze een goede huisvrouw konden worden.
Jongens moesten later geld verdienen voor hun familie. Ze moesten in het leger, of ze begonnen een bedrijf of een fabriek.

Soldaatjes en treintjes

De kleine poppen waren gemaakt van stof. Een zacht soort dat je makkelijk kan weven. Met die poppen konden ze een heel huishouden nadoen. Van hout werden trouwens ook kleine boerderijen gemaakt om mee te spelen. Rond 1900 werd er speelgoed uitgevonden waarmee rijke jongens kleine huizen of hijskranen konden bouwen. Ook werden auto’s en treinen nagemaakt in het klein.

Poppen en poppenhuizen

Rijke meisjes hadden 150 jaar geleden al poppen die ‘mama’ konden zeggen. Die waren niet gemaakt van plastic, zoals nu, maar van stof.
Alleen het hoofdje was van beschilderde, speciaal gebakken klei gemaakt.
Soms mochten ze er alleen op zonder mee spelen. Meisjes die echt rijk waren, hadden een heel houten poppenhuis, waar ze de houten meubeltjes in konden zetten. Dat was toen best bijzonder, want vóór die tijd waren het vooral hun moeders – rijke dames – die ‘speelden’ met de houten poppenhuizen. Die lieten elk meubeltje in elk popje en en huis speciaal maken. Soms kostte zo’n poppenhuis net zo veel als een echt huis!

Voor arme kinderen

Voor arme kinderen was een poppenhuis veel te duur. Hun ouders werkten de hele dag in de fabriek of op het land. Ook in het weekend. Ze verdienden niet veel geld. Arme kinderen kregen met sinterklaas wel snoep, maar geen cadeaus. Voor hun verjaardag kregen ze soms een nieuwe broek of trui. En als ze geluk hadden, ook houten speelgoed was meestal zelf gemaakt door hun ouders of een buurman. Die waren daar maandenlang mee bezig, als de kinderen in bed lagen. Ouders die iets meer geld hadden, kochten soms houten speelgoed bij een speelgoed winkel.

Nieuwe soorten speelgoed

Intussen werden er steeds nieuwe soorten speelgoed bedacht. Vooral voor rijke kinderen. Want die hadden toch tijd en geld genoeg. Bijvoorbeeld een Kidkraft Kinderkeuken. Als je een kaars of een olielamp liet schijnen achter een doorzichtig plaatje, kreeg je dat plaatje heel groot op de muur. Door een aantal plaatjes achter elkaar te laten zien, konden kinderen zo een hele voorstelling geven.
Sommige kinderen hadden ook een Kidkraft Schoolbord. Er kwam ook bewegend speelgoed, zoals Kidkraft hobbelpaarden. Deze werden gemaakt van hout.

Kidkraft Houten Speelgoed

Speelgoedfabrieken

Na 1850 ontstonden er fabrieken. Ook fabrieken waar houten speelgoed werd gemaakt. Er kwamen houten speelgoedfabrieken in verschillende Europese landen, zoals Nederland, Frankrijk, Duitsland en Denemarken.
In zo’n fabriek stond een stoommachine. Die werkte op de hete damp van kokend water. Deze machine kon het werk heel snel doen. Veel sneller dan mensen. Een fabriek kon bijvoorbeeld in een half uur een poppenwagen maken. Terwijl de timmerman over dezelfde poppenwagen een week deed! Door de machines werd speelgoed dus veel goedkoper. Ook arme mensen konden nu af en toe ‘echt’ speelgoed kopen voor hun kinderen.
De eerste Nederlandse fabriek voor houten speelgoed stond in Waddinxveen. Deze ‘Speelgoederen-en Houtwarenfabrieken G. Okkerse’ werd ook wel OKWA genoemd. De fabriek werd opgericht in 1901. Eerst werden er alleen maar hobbelpaarden gemaakt. Later bijvoorbeeld ook winkeltjes, poppenwagens, schoolborden en blokkendozen.

Blikken speelgoed en spelletjes

Andere fabrieken waren vooral goed in speelgoed van hout. Dat konden de machines makkelijk in de juiste vorm knippen en buigen. En daarna ging het speelgoed lang een andere machine die het in een mooie kleuren verfde.

Fabrieken gingen ook spelletjes maken om met een groepje aan tafel te doen. Dit noemen we Haba bordspelen. Soms waren de bestaande spelen, zoals ganzenbord. Dat spel is al wel 500 jaar oud! Maar er werden rond 1900 ook nieuwe bordspelen verzonnen, zoals het Haba spel Richard ridderslagen.

Legpuzzels

Legpuzzels ware ook makkelijker te maken in een fabriek. Honderd jaar geleden werden ze nog gemaakt van hout. Daar werd dan een plaatje van papier op geplakt. Elk stukje moest gezaagd worden met een zaagmachine waar een man of vrouw achter zat. Dat kostte veel tijd.
In de speelgoedfabrieken werden de legpuzzels gemaakt van karton. Met machines ging dat veel sneller. En zo konden er ook meer puzzels gemaakt worden en puzzels met meer puzzelstukjes.

Speelgoed om mee te bouwen

Speelgoed waarmee je huizen of machines kon bouwen, werd ook in een fabriek gemaakt. Dit woort speelgoed wordt constructiespeelgoed genoemd. Een beroemd voorbeeld is Kapla. Dat zijn houten plaatjes. Die plaatjes kun je op elkaar leggen. Dit werd bedacht in 1907. Andere constructiespeelgoed zijn de bouwstenen van Bblocks, die in 1932 werden uitgevonden.

Is er nog speelgoed van vroeger?

Het oude speelgoed zie je niet zo vaak meer. Of het ziet er nu heel anders uit dan vroeger, zoals het springtouw van Hanna. Zelfs Kapla is al veranderd. Tegenwoordig wordt dus bijna alles van hout gemaakt. Bewegend speelgoed hoef je niet meer ‘op te winden’ met een sleuteltje. Daar doe je gewoon batterijen in. Kinderen van nu vinden ander speelgoed leuk dan kinderen die 100 of 150 jaar geleden leefden.

Het speelgoedmuseum

Als je oud speelgoed in het echt wilt zien, kun je naar een speelgoedmuseum gaan. In zo’n museum wordt allerlei speelgoed bewaard en tentoongesteld. Het grootste speelgoedmuseum van nederland staat in Deventer. Daar hebben ze wel 1300 stukken speelgoed bij elkaar gespaard! Ook in Roden en in Terschuur zijn zulke musea. In België is er een groot speelgoedmuseum in Mechelen. In Lier bij Antwerpen is een museum waar je oude poppen en poppenhuizen kunt zien. In de meeste speelgoedmusea mag je het speelgoed van vroeger ook zelf uitproberen. Dan kun je bijvoorbeeld ontdekken hoe moeilijk het is om een tol steeds aan het draaien te houden. Of hoe je een houten loopwagen aan het rijden krijgt. Op dit karretje moet je aan het stuur trekken om het te laten rijden.
De speelgoedmusea hebben ook een website, waarop je foto’s van oud speelgoed kunt bekijken. Soms kom je houten speelgoed van vroeger nog tegen op rommelmarkten. En wie weet... hebben jou opa en oma nog wel héél oud houten speelgoed op zolder liggen.